IBAN NL16ABNA0500334323 t.n.v. Stichting KOCR te Rotterdam

Het jongetje dat al 100 keer dood had moeten zijn

Als alle diagnoses waren uitgekomen, was Jurg de Beijer al honderd keer gestorven. Op zijn zesde kreeg hij kanker en werd zijn ouders verteld dat hij nog een paar weken te leven had. Een doodvonnis dat zich nog vele keren zou herhalen. Inmiddels is De Beijer 44. In een theatertour vertelt hij over zijn 'reservetijd', die elk moment voorbij kan zijn. Jurg de Beijer noemt zichzelf wel eens een 'undercover gehandicapte'. Tot zijn kin is er niets opmerkelijks aan hem te zien. Een goedgehumeurde, kale vent met hooguit wat groot uitgevallen oren, grapt hij dan. Maar onder zijn shirt is zijn lijf een soort vulkanisch gebied, aangetast door de vele bestralingen en operaties die hij vanaf zijn zesde heeft ondergaan.

Raadsel
Artsen staan voor een raadsel. Jurg had al lang dood moeten zijn. Op zijn zesde zien ze het vrolijke blonde kereltje voor het eerst in de spreekkamer. Hij kan niet meer plassen, wat te wijten blijkt aan prostaatkanker. Jurg heeft dan nog 6 weken te leven.

'Ga maar naar huis. Hij is binnenkort jarig. Heb nog even tijd met elkaar,' luidt de boodschap voor zijn ouders. Die weigeren dat te accepteren en rijden midden in de nacht naar het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam, voor een second opinion.

De kleine Jurg zit op de achterbank, klaarwakker. Bij de ingang blijft zijn blik hangen bij een grote, rode knop. 'Toen die werd ingedrukt, stierf een 6-jarig jongetje en werd een chemokind geboren.'

Theater
Met die scène zal hij op 20 juni ook zijn theatervoorstelling Chemopuur beginnen in Rotterdam. De Tilburger heeft al een paar optredens achter de rug, maar na de massale belangstelling boekte hij een extra voorstelling in de stad waar hij zijn halve leven in het ziekenhuis lag.

'Mijn verhaal was in de eerste plaats bedoeld voor mijn twee dochtertjes, Isa (10) en Eva (6). Ik zal naar alle waarschijnlijkheid geen 65 worden. Mijn lichaam kan me elk moment in de steek laten. Als dat gebeurt, wil ik dat ze weten wie hun vader is geweest.'

Aan de hand van dagboekfragmenten en foto's vertelt hij over zijn tijd in het ziekenhuis. Van zijn eerste nacht 'op zaal', waar hij huilend om zijn ouders schreeuwt, tot zijn eerste katheter, de eerste infuusnaald onder zijn huid, zijn blonde lokken die uitvallen en de zusters die hem een vette knipoog geven als hij er doorheen zit.

Aanwezigheid van de dood
In een 2 uur durende voorstelling vertelt Jurg over de aanwezigheid van de dood, die hij als 6-jarige nog niet kan beschrijven. 'Ik wist pas dat ik echt ziek was toen het aantal ansichtkaarten toenam en het aantal bezoeken afnam.'

Bijna alle vrienden die Jurg in het ziekenhuis maakt, gaan dood, maar zelf overleeft hij. Van zijn zesde tot zijn dertiende is de jongen meer in het ziekenhuis dan op school. 'Van de artsen hoorde ik steeds opnieuw: het is een wonder dat je er nog bent.'

Kankervrij, lichaam stuk
Op zijn dertiende komt hij thuis, in het Brabantse Rijen. Hij is kankervrij, maar zijn lichaam is stuk. 'Ik was klein, mager, had een hoge stem en geen baardgroei. Dat is vreselijk als je in de puberteit zit. Maar ik merkte na een tijdje dat ik ook iets bijzonders te bieden had. Door mijn ziekte had ik meer diepgang dan leeftijdsgenootjes. Dat trok aan.'

Hij krijgt zelfs verkering, maar dat houdt niet lang stand. 'Haar ouders zeiden tegen mijn vriendinnetje: wat voor toekomst heeft deze jongen? Mijn ratio begreep dat wel, maar het voelde zo kut.'

Jurg is ook kwaad op de overheid. 'Bij het GAK werd mij steeds gezegd: neem een wa-jonguitkering en geniet nog even van het leven. Maar ik wilde werken. Later, toen ik een eigen zaak wilde beginnen, namen verzekeraars mij niet serieus. Brandende huizen worden niet verzekerd, zeiden ze.'

Sterker door het verleden
De Brabander, die nadien nog verschillende keren doodziek in het ziekenhuis ligt, blijft knokken. Hij studeert Personeel en Arbeid, krijgt een vaste vriendin, begint een eigen zaak in coaching op de werkvloer en krijgt tegen alle verwachting in twee dochters.

'Het klinkt misschien gek, maar ik ben heel gelukkig dat ik kanker heb gehad. Door mijn verleden ben ik sterker, draai ik mee in de samenleving en ben ik een succesvolle ondernemer. Ik ben niet alleen een kind met een kankerverhaal. Mijn verhaal gaat over dromen en doelen behalen.'

'Kankerhumor'
Zijn voorstelling Chemopuur is niet alleen maar zwaar, benadrukt Jurg. Dollen met de verpleging en lotgenootjes hield hem destijds overeind. Hij glimlacht bij de gedachte aan een ziek maatje, dat jarenlang beweerde dat in de kelder van het ziekenhuis de dode kinderen lagen.

'Elke keer als we met de lift naar -2 gingen, trok hij sprintje en kwam gillend terug. Pas veel later hoorde ik dat daar de keuken was. Die weeïge geur daar, dat waren de aardappels.' Hij grijnst. 'Kankerhumor, noem ik dat.'

Bron: AD.nl / Jan de Groen